Thomas Buitink (26) stopt met profvoetbal. En dat is niet zomaar. De voormalige spits van PEC Zwolle, Vitesse en Fortuna Sittard en jeugdvoetballer bij Veensche Boys kampt al jaren met mentale problemen. Nu doet hij voor het eerst zijn verhaal. „Ik heb heel donkere gedachten gehad en heel diep gezeten.”
Opluchting. Dat is vooral wat bij Thomas Buitink naar boven komt nu iedereen weet dat hij stopt met profvoetbal en verdergaat als amateur bij Sparta Nijkerk. De afgelopen jaren kunnen voor hem het best omschreven worden als een lijdensweg. Van de buitenkant leek het een perfect plaatje. Een carrière als profvoetballer in de eredivisie, getrouwd met zijn jeugdliefde, een dochter van 4 jaar oud en een mooi huis. Het is alles wat hij zich als jonge jongen wenste. „Maar ik was absoluut niet gelukkig.”
En dat gevoel wil hij kwijtraken, vertelt hij de dag nadat bekend is geworden dat hij stopt als profvoetballer. Met een glas spa blauw voor zich, in een brasserie in zijn woonplaats Nijkerk, vertelt hij uitgebreid over de afgelopen jaren. Buitink zit er relaxed bij. Weloverwogen doet hij zijn verhaal. „Want er moeten meer voetballers zijn die dit herkennen. Al kan ik maar één iemand helpen en heeft hij er steun aan, dan zou dat al heel waardevol kunnen zijn.”
Wat is er precies aan de hand? Daarvoor moeten we eerst terug naar 2014. Buitink (14) is dan een groot talent in de jeugd van Vitesse. Hij is zelfs jeugdinternational. Hij voelt altijd druk om te presteren. Het is veel. Te veel. Hij krijgt een jeugddepressie. Het gaat zelfs zo slecht, dat hij even niet naar school kan. Ook vanuit zijn club Vitesse krijgt hij alle ruimte om te herstellen.
„Je bent dan op zo’n donkere plek, dat je niet meer weet waar je het zoeken moet. Ik heb echt diep gezeten. Het leven hoeft dan even niet meer van je. Dat gevoel van toen hoop ik nooit meer mee te maken.”
Hij klimt uit het dal, maar blijft last houden van mentale klachten. „Die periode heeft er wel voor gezorgd dat ik nu heel erg aan het worstelen ben met dingen.” Wat er precies aan de hand is, houdt hij liever privé. Maar hij loopt al jaren bij psychologen en heeft diverse therapievormen gevolgd. Het gaat beter, maar hij merkt dat zijn werk als profvoetballer continu voor stress zorgt. Altijd de druk om te presteren, altijd de reacties van supporters, altijd de twijfels om het wel of niet goed te doen. Het is te veel voor hem. Daarom hakte hij vorige maand de knoop door: het is mooi geweest. Zijn lopende contract bij PEC Zwolle is ontbonden en hij gaat verder als amateur bij Sparta Nijkerk in de derde divisie. „Het is beter voor mijn eigen welzijn en geluk, hoe moeilijk het ook is. Er was interesse van clubs uit de eerste divisie en het buitenland, maar ik weet dat ik hier het gelukkigst van ga worden. De laatste jaren hebben bij mij te veel schade aangericht.”
Steun van PEC Zwolle
Dat hij bij PEC Zwolle weinig kans op speeltijd had en veel kritiek kreeg, was niet goed voor hem. Elke keer weer die strijd, elke keer weer het hopen op speelminuten die er niet kwamen. Hij piekerde erover als hij een halfuur in de auto zat terug naar Nijkerk en kwam chagrijnig thuis. „Ik heb me vaak alleen gevoeld en ben mentaal op donkere plekken geweest.” Hij wil direct duidelijk maken: dat ligt niet aan PEC Zwolle. De mensen bij de club hebben juist erg goed met hem meegeleefd. Technisch directeur Gerry Hamstra wist van de situatie en steunde hem. Teamgenoot Younes Namli sloeg vaak een arm om hem heen. „Hij zag aan me dat het niet zo goed ging. Hij zei dat ik niet alleen was, maakte vaak een praatje met me. Hij heeft mijn leven een stuk makkelijker gemaakt en dat zal ik nooit vergeten. Toch voel je je op zo’n moment alleen met je eigen gedachten.”
Het is lastig uit te leggen voor Buitink waar het probleem precies zit, maar al een paar jaar had hij door dat het profvoetbal niet goed was voor hem. Drie jaar geleden scheurde hij de voorste kruisband in zijn knie af. Een pittige blessure, maar de spits was diep van binnen blij.
„Ik had geen plezier meer in het voetballen. Na een jaar revalideren van die blessure dacht ik dat ik daarna weer plezier zou hebben en het meer zou waarderen. In het begin had ik echt weer zin om aan de slag te gaan, toen ik weer fit was ging ik naar PEC Zwolle. Maar al snel had ik door dat het me te veel problemen opleverde.” Achteraf is hij twee jaar te lang doorgegaan, vindt hij nu. Maar op dat moment voelde het als de beste keuze. „Toen heb ik al wel tegen mijn vrouw gezegd dat ik na dit contract bij PEC waarschijnlijk zou stoppen.”
Nooit genieten
Natuurlijk werkte het tegen hem dat zijn carrière sportief lang niet altijd succesvol was. Maar ook al zou hij de topscorer van de eredivisie zijn, dan nog had hij zich niet gelukkig gevoeld, beseft Buitink. „Toen het bij Vitesse heel goed ging, kon ik er ook niet echt van genieten. Ik was altijd weer bezig met de volgende wedstrijd.”

Nog even terug naar 2014. De jonge Buitink (14) geeft een interview aan de Stentor. Hij is 14. Hij wil de nieuwe Wilfried Bony worden, die dan nog vers in het geheugen staat als succesvolle spits van Vitesse, vertelt hij dan. Vlak daarna kwam hij in de depressie terecht. „Toen dacht dat jongetje nog dat hij een heel mooi leven tegemoet ging”, zegt Buitink als hij het verhaal uit het archief terugleest. „En dat heb ik ook hoor”, voegt hij er dan snel aan toe. „Alleen in mijn gedachten heb ik dat vaak niet.”
Sowieso een winnaar
Hij wil weer gelukkig zijn, een vrolijke vader voor zijn dochter. Bij Sparta Nijkerk in de derde divisie hoopt hij met plezier te kunnen voetballen zonder de druk. En hij hoopt een leuke baan te vinden waar hij plezier uit haalt. Bijvoorbeeld als personal trainer. Hij kijkt ondanks alle problemen vol trots terug op zijn carrière. Jong Oranje, spelen tegen Tottenham Hotspur met Vitesse in de Conference League, het zijn allemaal hoogtepunten. „Jammer dat ik er toen niet echt van genoot, maar die herinneringen zijn wel het mooiste.” Een ding weet hij zeker: hij gaat geen spijt krijgen van zijn keuze. „Mensen kunnen van alles van vinden, maar ik heb sowieso gewonnen. Ik ga mijn eigen geluk achterna.” Bron AD



